ECLI:NL:CRVB:2013:1942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering toelating tot vrijwillige ANW-verzekering wegens niet tijdige aanmelding
Appellant, woonachtig in Marokko en voormalig in Nederland werkzaam, ontving een AOW-pensioen en een toeslag voor zijn echtgenote. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde hem toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene nabestaandenwet (ANW) omdat hij zijn verzoek niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering had ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij destijds geen informatie had ontvangen over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering en dat een derde per abuis het verkeerde formulier had ingevuld.
De Svb toonde aan dat appellant zich destijds wel had aangemeld voor de vrijwillige AWBZ-verzekering, wat impliceert dat hij op de hoogte was van de beëindiging van zijn verplichte verzekering. De Raad oordeelde dat de overschrijding van de aanmeldingstermijn niet verschoonbaar is, mede omdat fouten van een door appellant ingeschakelde derde voor zijn rekening komen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de weigering tot toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot toelating tot de vrijwillige ANW-verzekering wordt bevestigd.