ECLI:NL:CRVB:2013:1954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor extra stookkosten wegens onvoldoende bewijs noodzakelijkheid
Appellante had sinds 2005 bijzondere bijstand ontvangen voor extra stookkosten vanwege astma en longklachten in haar gezin. Vanaf 1 maart 2010 vroeg zij opnieuw bijzondere bijstand aan, maar het college wees deze af omdat niet was komen vast te staan dat extra stookkosten noodzakelijk waren zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overwoog dat stookkosten in principe tot de normale bestaanskosten behoren die uit de bijstandsnorm moeten worden betaald, tenzij bijzondere omstandigheden dit anders maken. Hoewel de woning van appellante onvoldoende kan worden geventileerd, blijkt uit het verslag van de behandelend longverpleegkundige dat met de gegeven adviezen voldoende ventilatie mogelijk is zonder extra stookkosten.
De Raad vond de adviezen van de GGD, waarop het college zich baseerde, zorgvuldig en voldoende onderbouwd. Er was geen noodzaak om een deskundige te raadplegen. Appellante bracht geen bewijs aan dat het opvolgen van de adviezen tot extra stookkosten leidt. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand in stand.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor extra stookkosten wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van noodzakelijkheid.