ECLI:NL:CRVB:2013:1957
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opleggen verhuisverplichting bij bijzondere bijstand woonkostentoeslag
Appellante ontvangt sinds 1991 bijstand en sinds 1998 bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag voor haar eigen woning. In 2010 legde het college een verhuisverplichting op, waarbij appellante binnen een jaar haar woning moest verkopen en andere woonruimte moest vinden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat artikel 55 WWB Pro geen grondslag biedt voor de verhuisverplichting, dat de hypotheekakte deze verplichting niet bevat, dat het vertrouwensbeginsel is geschonden en dat haar mensenrechten worden aangetast. De Raad oordeelt dat het college op grond van artikel 55 WWB Pro bevoegd is deze verplichting op te leggen en dat het college dit in redelijkheid heeft gedaan.
De Raad wijst het beroep af omdat eerdere toekenningen zonder verhuisverplichting geen onvoorwaardelijke toezegging vormen en appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar mensenrechten worden geschonden. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verhuisverplichting en verklaart het hoger beroep ongegrond.