ECLI:NL:CRVB:2013:1974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering per 7 april 2008. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde het standpunt dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen sinds april 2009, terwijl de verzekeringsarts Seignette een toename van beperkingen had vastgesteld in 2010. De Raad concludeerde dat de twijfel van de bezwaarverzekeringsarts aan de bevindingen van Seignette onvoldoende gemotiveerd was en dat de medische grondslag van het bestreden besluit onvoldoende was.
De arbeidsdeskundige stelde dat de functies die appellant kon uitoefenen passend waren en dat er geen sprake was van verlies aan verdienvermogen. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen waren onderschat en verzocht om een onafhankelijk medisch deskundige, wat de Raad niet nodig achtte.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het griffierecht vergoed.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 oktober 2013.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medische grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.