ECLI:NL:CRVB:2013:1983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- A.J. Schaap
- M.I.’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes zorgverzekering ondanks beroep op onverbindendheid Zvw
Het College voor zorgverzekeringen (Cvz) legde appellant twee boetes op wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering, respectievelijk op 4 augustus 2011 en 22 november 2011. Appellant maakte bezwaar tegen deze boetes, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond en verwierp het beroep op onverbindendheid van artikel 2, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Appellant stelde in hoger beroep dat de Zvw in strijd is met internationaal vastgestelde mensenrechten en dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat zij niet bevoegd was om de wet op internationale rechtsgeldigheid te toetsen. Tevens stelde appellant dat de wet kartelvorming rond medicijnenzorg legaliseert en dat Nederlanders het recht hebben hun gezondheid op een vergelijkbare wijze te financieren als in Duitsland en Zwitserland.
De Raad overwoog dat de rechtbank een juist toetsingskader hanteerde, waarbij formele wetgeving niet op grondwettelijkheid of billijkheid getoetst kan worden, behalve bij onmiskenbare strijd met Unierecht of bindende verdragsbepalingen. Appellant bracht geen onderbouwing voor strijd met internationaal recht. De overige beroepsgronden faalden eveneens.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boetes wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering en wijst het beroep op onverbindendheid van artikel 2 Zvw af.