ECLI:NL:CRVB:2013:2019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- G. van Zeben-de Vries
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing vergoeding schade handbike wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante diende een aanvraag in voor vergoeding van schade aan haar handbike, die door de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda werd afgewezen bij besluiten van 12 maart 2009 en 23 juli 2009. Na een tussenuitspraak van de rechtbank werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard bij besluit van 15 juli 2010. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de procedure wijzigde de Commissie haar standpunt en kende zij op 26 augustus 2013 alsnog de vergoeding van € 1.511,80 toe. De Raad vernietigde daarop het besluit van 15 juli 2010 en de aangevallen uitspraak voor zover het beroep ongegrond werd verklaard.
Daarnaast behandelde de Raad het verzoek van appellante om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Raad constateerde dat de totale procedure ruim vier jaar en bijna zes maanden duurde, waarbij de behandeling bij de Commissie, rechtbank en Raad samen ruim overschrijding van de redelijke termijn opleverde. De Raad besloot het onderzoek te heropenen en de Staat der Nederlanden als partij aan te merken voor de verdere procedure over de schadevergoeding.
Tot slot veroordeelde de Raad de Commissie in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 oktober 2013.
Uitkomst: Het besluit van 15 juli 2010 wordt vernietigd en de Commissie wordt veroordeeld in de kosten; het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt verder behandeld.