ECLI:NL:CRVB:2013:2023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening ingezetenschap en AOW-verzekering bij verblijf in Israël
Betrokkene woonde van 19 december 1972 tot 12 april 1977 in Israël en werkte daar als vrijwilliger in een kibboets. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde dat betrokkene vanaf 19 december 1974 niet meer als ingezetene van Nederland kon worden beschouwd en daarom niet verzekerd was voor de AOW in die periode. De rechtbank verklaarde dit onterecht en oordeelde dat de duurzame persoonlijke band met Nederland niet was verbroken, waardoor geen korting op de AOW zou worden toegepast.
In hoger beroep stelde de Svb dat betrokkene tot 19 december 1975 verzekerd bleef, maar daarna niet meer als ingezetene kon worden aangemerkt. De Raad volgde dit standpunt en overwoog dat de duurzame band met Nederland na drie jaar verblijf in Israël was vervaagd, mede door het ontbreken van een woning in Nederland en het beperkte aantal bezoeken.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit en herroept het pensioenoverzicht van 22 maart 2011. Hiermee werd vastgesteld dat betrokkene niet verzekerd was voor de AOW van 19 december 1975 tot en met 12 april 1977. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Betrokkene was niet verzekerd voor de AOW van 19 december 1975 tot en met 12 april 1977 vanwege het ontbreken van een duurzame band met Nederland.