ECLI:NL:CRVB:2013:2025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WGA-loonaanvullingsuitkering bij verwachting van verbetering arbeidsongeschiktheid
Appellant had een loongerelateerde WGA-uitkering ontvangen, maar stelde bezwaar tegen het besluit van het UWV dat deze uitkering voortzette als loonaanvullingsuitkering vanwege de verwachting van verbetering van zijn functionele mogelijkheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de prognose van de bezwaarverzekeringsarts deugdelijk was en dat er op de datum in geding (18 december 2010) sprake was van een meer dan geringe kans op verbetering, mede gebaseerd op een expertise van revalidatiearts Stam.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen reële behandelopties waren en dat het stappenplan niet was gevolgd. De Raad oordeelde dat het UWV het verzekeringsgeneeskundige beoordelingskader wel degelijk had gevolgd en dat de medische rapporten voldoende steun boden voor het oordeel dat verbetering mogelijk was.
Hoewel appellant later een IVA-uitkering kreeg toegekend per 19 februari 2013, was er geen aanwijzing dat deze situatie reeds op de datum in geding bestond. Het hoger beroep werd dan ook verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot voortzetting van de WGA-loonaanvullingsuitkering wordt bevestigd.