ECLI:NL:CRVB:2013:2037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van woninginrichting na verhuizing en geboorte van haar kind. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en uit het inkomen of vermogen voldaan moeten worden.
De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk en gaf appellante gelijk in haar bezwaar. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat woninginrichtingskosten in principe uit het inkomen moeten worden voldaan, tenzij bijzondere omstandigheden maken dat dit niet mogelijk is.
Appellante stelde dat haar kleine woning, inkomen op bijstandsniveau en gezinsuitbreiding bijzondere omstandigheden vormden. De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet had kunnen reserveren gedurende een periode van ruim dertig maanden voorafgaand aan de aanvraag. De zwangerschap was niet voorzienbaar, maar de verhuizing wel. Daarom was er geen grond voor bijzondere bijstand.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.