ECLI:NL:CRVB:2010:BL0095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting, welke door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen werd afgewezen. Het College oordeelde dat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en dat appellant niet kon aantonen dat deze kosten voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB).
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde de rechtbank dit oordeel en de Centrale Raad van Beroep sloot zich hierbij aan. De Raad benadrukte dat het hebben van schulden en het ontbreken van reserveringsruimte of gespreide betaling niet als bijzondere omstandigheden kunnen worden aangemerkt die recht geven op bijzondere bijstand.
De Raad concludeerde dat het College de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, en er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor woninginrichting is afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.