ECLI:NL:CRVB:2013:2048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering aanvullende bijstand ondanks financiële situatie appellante
Appellante ontving vanaf maart 2009 aanvullende bijstand, die later werd ingetrokken omdat zij niet in Nederland woonde. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) vorderde vervolgens de onverschuldigd betaalde bedragen terug, wat appellante betwistte vanwege haar beperkte financiële draagkracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. Appellante stelde dat haar lage inkomen en leeftijd dringende redenen vormden om van terugvordering af te zien, en dat terugvordering haar rechtsgevoel aantastte.
De Raad overwoog dat de Svb beleid voert waarbij terugvordering kan worden afgezien bij dringende redenen, maar dat de financiële situatie van appellante geen dergelijke redenen oplevert. De beslagvrije voet beschermt haar tegen invordering zolang zij geen aflossingscapaciteit heeft. De Svb zal jaarlijks haar situatie herzien en kan op termijn kwijtschelding overwegen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde aanvullende bijstand wordt bevestigd, maar invordering wordt voorlopig opgeschort wegens nihil aflossingscapaciteit.