ECLI:NL:CRVB:2013:2054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onzorgvuldige herziening en terugvordering bijstand wegens woonsituatie en inkomsten dochter
Appellante ontvangt sinds 2007 bijstand als alleenstaande ouder met toeslag. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam herzag de toeslag en vorderde terug wegens vermeende schending van de inlichtingenverplichting, omdat haar meerderjarige dochter bij haar zou wonen en inkomsten had die van invloed zijn op de bijstand.
De ABO voerde een onderzoek uit waarbij huisbezoeken en gesprekken plaatsvonden. Het college besloot de toeslag te verlagen en een maatregel toe te passen wegens het niet melden van de gewijzigde woonsituatie en inkomsten van de dochter. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep betwist appellante dat haar dochter vanaf 1 juli 2011 inkomsten uit een persoonsgebonden budget (pgb) ontving en dat zij hoofdverblijf had bij haar. De Raad stelt dat het college voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de dochter tot 30 juni 2011 bij appellante woonde en inkomsten had, maar onvoldoende bewijs is geleverd voor de periode vanaf 1 juli 2011. De maatregel wegens schending van de inlichtingenverplichting blijft gehandhaafd.
De Raad draagt het college op het besluit over de periode vanaf 1 juli 2011 te herzien en het gebrek binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit over de bijstand vanaf 1 juli 2011 te herzien wegens onzorgvuldige voorbereiding en onjuiste grondslag.