ECLI:NL:CRVB:2013:2080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatstelijk werkzaam als leidster op een kinderdagverblijf, viel uit wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees de uitkering af omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, waarbij zij het rapport van de bezwaarverzekeringsarts als voldoende gemotiveerd beschouwde.
In hoger beroep stelde appellante dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende rekening had gehouden met haar chronische depressiviteit en dat de diagnose onjuist was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts inzichtelijk en gemotiveerd was en dat er geen nieuwe medische feiten of objectieve stukken waren die twijfel aan het oordeel van de rechtbank konden rechtvaardigen.
De Raad bevestigde dat de beperkingen zoals weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren en dat de passende functies binnen de mogelijkheden van appellante lagen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.