ECLI:NL:CRVB:2013:2100
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit grondslag bepaling periodieke uitkering Wuv en vergoeding proceskosten
In deze zaak stond de juiste grondslagbepaling van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) centraal. Bij een eerdere tussenuitspraak was vastgesteld dat de ingangsdatum van de uitkering terecht op 1 februari 2010 was gesteld en dat appellant ten tijde van de verergering van zijn klachten nog afhankelijk was van inkomen uit arbeid.
De Raad oordeelde dat verweerder ten onrechte artikel 8, vijfde lid, van de Wuv had toegepast in plaats van artikel 8, tweede lid. Verweerder werd opgedragen dit te herstellen. Naar aanleiding daarvan nam verweerder op 24 juli 2013 een nieuwe beslissing die volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit van 23 augustus 2011 en stelt vast dat het nieuwe besluit van 24 juli 2013 niet ter beoordeling staat. Daarnaast veroordeelt de Raad verweerder in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit van 23 augustus 2011 wordt vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.