ECLI:NL:CRVB:2013:2104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.N.A. Bootsma
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek reis- en verblijfkosten gastmedewerker
Appellant, voormalig gastmedewerker bij de Rijksuniversiteit Groningen, verzocht de minister om vergoeding van reis- en verblijfkosten die hij tijdens zijn gastmedewerkerschap had gemaakt. Dit verzoek werd door de minister afgewezen vanwege het ontbreken van concrete en onderbouwde declaraties.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat er geen sprake was van dienstreizen in de zin van het Reisbesluit binnenland en dat appellant zijn kosten niet had gespecificeerd of onderbouwd. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank te rigide had geoordeeld en dat bijzondere omstandigheden, waaronder een afstandelijke relatie met het ministerie en het feit dat hij werkzaamheden verrichtte waarvan het ministerie profiteerde, onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat ondanks de gebrekkige communicatie en afstandelijke relatie, appellant verantwoordelijk was voor het indienen van concrete declaraties. De minister had terecht het verzoek afgewezen en er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Ook het beroep op het Reisbesluit buitenland en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt afgewezen.