ECLI:NL:CRVB:2013:2106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-pensioen wegens onvoldoende bewijs ingezetenschap en werk in Nederland
Appellant, woonachtig in Marokko, verzocht om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Hij gaf aan tussen 1972 en 1976 in Nederland te hebben gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende aanvankelijk een gedeeltelijk pensioen toe, maar herzag dit besluit en wees de aanvraag af wegens gebrek aan bewijs van verzekering voor de AOW.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de Svb voldoende onderzoek had verricht en dat niet aannemelijk was dat appellant in Nederland verzekerd was geweest. In hoger beroep handhaafde appellant zijn stelling dat hij in Nederland heeft gewerkt en dat hij alle relevante gegevens had verstrekt.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere beoordeling en concludeerde dat op basis van de beperkte gegevens niet kon worden vastgesteld dat appellant in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De Svb had onder meer navraag gedaan bij de gemeente Utrecht, het schakelregister en de betreffende fabriek, zonder bevestiging te vinden. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het AOW-pensioen bevestigd.