ECLI:NL:CRVB:2013:2125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten schoolgaande dochter wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht bijzondere bijstand voor de meerkosten van reizen van en naar school van zijn dochter, die VMBO-onderwijs volgt. De aanvraag werd door het college afgewezen omdat deze kosten tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten behoren en uit het reguliere inkomen inclusief kinderbijslag moeten worden voldaan. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat reiskosten voor schoolgaande kinderen in beginsel niet als bijzondere noodzakelijke kosten kunnen worden aangemerkt. Tevens werd het door het college gevoerde beleid omtrent vergoeding van extra hoge reiskosten bij gebrek aan vergelijkbare scholen dichterbij als buitenwettelijk begunstigend beleid erkend.
Het college had aannemelijk gemaakt dat er voldoende vergelijkbare scholen in de directe woonomgeving waren en appellant had niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwd dat het onderwijs op die scholen niet geschikt was of dat zijn dochter specifiek was aangewezen op het onderwijs met het gewenste sportprofiel op de betreffende VMBO-school. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor reiskosten wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden en voldoende vergelijkbare scholen in de directe woonomgeving.