ECLI:NL:CRVB:2025:1448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor schoolvervoer wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor de kosten van een openbaar vervoerabonnement voor hun zoon die op een school op 5,5 kilometer afstand zat. Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in de Participatiewet en de beleidsregels van Rotterdam.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellanten stelden dat de fietsroute onveilig was en dat hun zoon vanwege zijn talent en trainingsschema naar deze specifieke school moest, maar zij konden dit niet aannemelijk maken met objectieve gegevens.
De Raad oordeelde dat de afstand en de aard van de school geen bijzondere omstandigheden vormen en dat het feit dat ouders door visuele beperking en zorgtaken hun zoon niet kunnen begeleiden ook geen bijzondere omstandigheid is. Bovendien bestaan er diverse toeslagen en regelingen voor schoolvervoer die appellanten niet voldoende hebben benut.
Daarom is het hoger beroep afgewezen en blijft de afwijzing van de bijzondere bijstand in stand. Appellanten krijgen geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor schoolvervoer blijft in stand wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.