ECLI:NL:CRVB:2013:2191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Het college heeft de bijstand van P ingetrokken en de kosten teruggevorderd omdat P niet had gemeld dat hij en appellante een gezamenlijke huishouding voerden. De sociale recherche voerde een onderzoek uit, waarbij werd vastgesteld dat appellante en P hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en zorg voor elkaar droegen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het rapport van de sociale recherche en de verklaringen van appellante en P vormen een toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie dat sprake is van een gezamenlijke huishouding.
De Raad oordeelt dat het college op grond van artikel 59, tweede lid, WWB bevoegd was de bijstandskosten mede van appellante terug te vorderen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstandskosten bevestigd.