ECLI:NL:CRVB:2012:BV2512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- H.C.P. Venema
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens gezamenlijke huishouding volgens WWB
Appellante diende een aanvraag om bijstand in als alleenstaande ouder, maar het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze af op grond van het feit dat zij een gezamenlijke huishouding voert met haar nichtje [P.]. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad baseerde zich op een onderzoek waarbij handhavingsspecialisten een huisbezoek aflegden en een verklaring van appellante op ambtsbelofte werd vastgelegd. Uit dit onderzoek bleek dat appellante en [P.] hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg voor elkaar droegen, onder meer door het delen van huishoudelijke taken en wederzijdse ondersteuning bij ziekte.
Appellante voerde aan dat de schriftelijke verklaring niet overeenkwam met haar mondelinge verklaring en dat haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende werden meegewogen. De Raad oordeelde echter dat de verklaring rechtsgeldig was afgelegd en ondertekend, en dat de persoonlijke omstandigheden geen reden vormden om af te wijken van de wettelijke bepalingen.
De Centrale Raad concludeerde dat appellante en [P.] als gehuwden moeten worden aangemerkt volgens de WWB, waardoor appellante geen recht heeft op bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag om bijstand als alleenstaande ouder wordt geweigerd vanwege gezamenlijke huishouding.