ECLI:NL:CRVB:2013:2192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet melden vrijlating moeder niet gerechtvaardigd
Betrokkene ontving bijstand die door appellant werd ingetrokken omdat betrokkene niet had gemeld dat zijn moeder was vrijgelaten uit detentie. Betrokkene vroeg opnieuw bijstand aan, welke werd afgewezen wegens het ontbreken van een acute noodsituatie en voldoende financiële draagkracht van de moeder.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat de moeder financieel niet kon bijdragen en er zeer dringende redenen waren voor bijstand. Appellant stelde zich tegen dit oordeel op.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in de beoordelingsperiode sprake was van een acute noodsituatie of dat de moeder niet kon bijdragen. Er was onvoldoende bewijs dat betrokkene in behoeftige omstandigheden verkeerde die bijstand onvermijdelijk maakten.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en vernietigt het besluit waarbij bijstand alsnog werd toegekend. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van bijstand wordt vernietigd.