ECLI:NL:CRVB:2012:BV8986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand pleegkinderen wegens rechtszekerheid
Appellanten, pleegkinderen van hun grootmoeder die als voogdes fungeert, hadden bijstand aangevraagd nadat hun grootmoeder haar bijstand werd verlaagd. De gemeente Rotterdam had hun aanvraag afgewezen met het argument dat zij geen zelfstandig recht op bijstand hadden omdat hun moeder onderhoudsplichtig was en zelf bijstand ontving.
De rechtbank had het beroep van appellanten ongegrond verklaard, stellende dat er geen sprake was van zeer dringende redenen en dat de moeder verantwoordelijk was voor het onderhoud. Appellanten stelden in hoger beroep dat het college ten onrechte geen bijstand toekende omdat zij pleegkinderen zijn zonder vergoeding en de ouders niet bijdragen.
De Raad oordeelde dat de afwijzing van de aanvraag zonder duidelijke mededeling dat de ouders voortaan zouden bijdragen in de kosten in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat aan appellanten bijstand wordt toegekend vanaf 1 augustus 2008, ter compensatie van de verlaging van de bijstand van hun grootmoeder.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van heldere communicatie en rechtszekerheid bij wijzigingen in bijstandsverlening aan pleegkinderen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en aan appellanten wordt bijstand toegekend vanaf 1 augustus 2008.