ECLI:NL:CRVB:2013:2199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid op 17-18-jarige leeftijd
Appellante, geboren in 1982, werkte vanaf september 1998 tot maart 2002 als leerlingkapster en verkoopster, ondanks haar borderline persoonlijkheidsstoornis. Zij vroeg in 2010 een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat zij niet gedurende 52 weken aaneengesloten minder dan 75% van het minimumjeugdloon had verdiend op haar zeventiende en achttiende.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het oordeel van de verzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige onderschreef dat appellante destijds geschikt was voor haar werk en geen sprake was van een beschutte werkomgeving. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar werk feitelijk beschut was en verwees naar een vergelijkbare uitspraak over borderline persoonlijkheidsstoornis.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten en verklaringen van de ex-werkgever geen aanleiding geven tot twijfel aan de geschiktheid van appellante voor haar werk. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat zij volledig geschikt was voor haar functie als leerlingkapster en dat er voldoende vergelijkbare functies waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.