ECLI:NL:CRVB:2013:2209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering toeslag wegens gewijzigde inkomensgegevens kleinzoon
Appellant maakte bezwaar tegen terugvordering van een toeslag die hij ontving op grond van gewijzigde inkomensgegevens van zijn kleinzoon. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had de toeslag herzien en teruggevorderd over de periode september 2007 tot en met april 2009, en het recht op toeslag vanaf mei 2009 beëindigd wegens het niet verstrekken van inkomensinformatie.
De Raad had eerder een tussenuitspraak gedaan waarin werd vastgesteld dat de Svb terecht het recht op toeslag had beëindigd, maar dat zij had verzuimd te beslissen op het bezwaar tegen de terugvordering, met name over het betoog van appellant dat er dringende redenen waren om de terugvordering te matigen. Ter uitvoering van die tussenuitspraak beperkte de Svb het tijdvak en verlaagde het terugvorderingsbedrag.
Appellant voerde aan dat hij ernstig ziek is en dat de terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen heeft, mede doordat hij geen inzicht heeft in het inkomen van zijn kleinzoon en de belastingdienst beslag heeft gelegd bij die kleinzoon. De Raad oordeelde dat appellant geen dringende redenen had aangetoond om van terugvordering af te zien en dat zijn medische toestand niet het gevolg is van de terugvordering.
De Raad vernietigde het eerdere besluit over het bezwaar, verklaarde het beroep tegen dat besluit gegrond, maar verklaarde het beroep tegen de gewijzigde besluiten van de Svb ongegrond. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de gewijzigde besluiten van de Sociale Verzekeringsbank wordt ongegrond verklaard, maar het eerdere besluit over het bezwaar wordt vernietigd en het beroep daarop gegrond verklaard.