ECLI:NL:CRVB:2013:2234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onvoldoende medewerking bij onderzoek autoaanschaf
Appellant ontving bijstand samen met zijn echtgenote sinds 2005. In 2010 verlaagde het college hun bijstand meerdere keren. Uit onderzoek bleek dat sinds december 2010 een Volkswagen California Multivan op naam van de echtgenote stond, waarvan de waarde onduidelijk was. Het college vroeg om een aankoopbewijs of taxatierapport, maar appellant en zijn echtgenote leverden deze niet tijdig aan.
Hierop schortte het college de bijstand op en trok deze later in vanwege onvoldoende medewerking. Appellant stelde dat de gevraagde gegevens niet relevant waren en dat de auto minder waard was dan verondersteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht de waarde van de auto relevant achtte voor het recht op bijstand, gezien het negatieve vermogen en eerdere verlagingen. Appellant en zijn echtgenote hadden onredelijk lang gewacht met het aanleveren van de gevraagde stukken. Ook het late overleg van het aankoopbewijs tijdens de hoorzitting kon niet tot een ander oordeel leiden. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de bijstand en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens onvoldoende medewerking bij het verstrekken van gegevens over de auto.