ECLI:NL:CRVB:2013:2252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontvangt sinds 2001 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een melding dat appellant mogelijk niet woonachtig was op het opgegeven adres, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Op basis van energie- en waterverbruik, afvalinzameling en andere gegevens concludeerde het college dat appellant vanaf 18 maart 2008 niet meer op het opgegeven adres woonde en trok de bijstand en langdurigheidstoeslag in, met terugvordering van €26.750,05.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het lage energieverbruik verklaard kon worden door zijn alcoholverslaving en dat hij wel degelijk op het adres woonde. De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen een toereikende grondslag vormen om te concluderen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn alcoholverslaving het geringe verbruik verklaart.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende bewijs van woonadres en schending van de inlichtingenverplichting.