ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3270
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds 1994 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Naar aanleiding van een anonieme melding startte de gemeente Tilburg een onderzoek naar haar woonsituatie. Dit onderzoek bestond uit dossieronderzoek, het opvragen van energierekeningen en bankafschriften, waarnemingen, een spreekkamergesprek en een huisbezoek.
Op basis van de onderzoeksbevindingen concludeerde het college dat appellante sinds mei 2009 niet op het opgegeven adres woonde. Het waterverbruik was extreem laag en de stand van de gordijnen bleef ongewijzigd. Tijdens het huisbezoek werden weinig levensmiddelen aangetroffen en bleek de douche niet gebruikt. Appellante voerde aan dat zij wel degelijk op het adres stond ingeschreven en regelmatig gezien werd, maar deze stellingen werden onvoldoende aannemelijk geacht.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.