ECLI:NL:CRVB:2013:2286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening éénoudertoeslag 2011 door Minister
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van haar éénoudertoeslag over 2011 door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het beleid van volledige herziening bij te veel toegekende studiefinanciering correct is toegepast. De rechtbank vond geen bijzondere situatie die afwijking van dit beleid rechtvaardigt.
In hoger beroep heeft appellante haar gronden herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De Raad verwijst naar eerdere rechtspraak en benadrukt dat samenwonen met een zusje geen bijzondere situatie vormt die afwijking van het beleid rechtvaardigt. Ook de toepassing van artikel 6.1 van de Regeling studiefinanciering 2000 is juist bevonden.
De Raad constateert bovendien dat de schuld inmiddels is afgelost. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, waarmee het beroep van appellante wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.