ECLI:NL:CRVB:2013:2291

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 november 2013
Publicatiedatum
5 november 2013
Zaaknummer
13-3805 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak rechtbank in WWB-zaken

In deze zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel inzake de Wet werk en bijstand (WWB). De aangevallen uitspraak betrof een beslissing op verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, zoals bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a en c, van de Awb, tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, geen hoger beroep kan worden ingesteld. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die een uitzondering op dit appelverbod rechtvaardigen.

Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en wijst het beroep zonder verdere inhoudelijke behandeling af. Tevens is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Y.J. Klik op 5 november 2013.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens wettelijk appelverbod.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 november 2013
13/3805 en 13/3806 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
14 juni 2013, 12/1738 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant 1] en[Appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)
het college van burgemeester en wethouders van Kampen

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. Schriemer, advocaat, hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellanten tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Voor zover appellanten tevens hebben beoogd hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van 17 april 2013, stuit dit (reeds) af op het bepaalde in (thans) artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb. Verder is niet gebleken van feiten en omstandigheden die een doorbreking van het wettelijk appelverbod zouden kunnen rechtvaardigen.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik, in tegenwoordigheid van E.R. Flore als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2013.
(getekend) Y.J. Klik
(getekend) E.R. Flore
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

HD