ECLI:NL:CRVB:2013:2292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onjuiste beoordeling duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand sinds 1995 en woonde met haar kinderen op een adres, terwijl haar echtgenoot op een ander adres stond ingeschreven. Het college trok de bijstand in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar echtgenoot, zonder dit te melden.
De Raad oordeelt dat het college onjuiste maatstaven hanteerde door niet te beoordelen of appellante duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, wat volgens vaste rechtspraak vereist is om als ongehuwd te worden aangemerkt. De verklaring van appellante en het onderzoek van de ABO tonen aan dat haar echtgenoot vanaf januari 2011 regelmatig bij haar verbleef.
Daarom is sprake van gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht. Het college was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens onjuiste grondslag, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.