ECLI:NL:CRVB:2013:2307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling aanvraag bijstand wegens niet tijdig overleggen gevraagde gegevens
Appellant diende op 25 mei 2010 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij melding maakte van aanzienlijke schulden en het bezit van drie huizen, waarvan één met een hennepplantage. Het college gaf een hersteltermijn tot 14 juni 2010 om aanvullende financiële gegevens te verstrekken, waaronder bankafschriften, schuldenoverzichten en verklaringen over de herkomst van de huizen en de financiële situatie.
Appellant leverde deze gegevens niet binnen de gestelde termijn aan. Hij stelde dat hij deels afhankelijk was van het Openbaar Ministerie, dat vanwege een strafrechtelijk onderzoek geen dossierstukken wilde verstrekken. Dit betrof echter slechts een deel van de gevraagde gegevens, en appellant vroeg geen uitstel om alsnog te kunnen voldoen.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college onvoldoende rekening hield met zijn situatie en dat het bestreden besluit onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd was.
De Raad oordeelde dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor een goede beoordeling en appellant deze niet tijdig aanleverde. De stukken die appellant later overlegde in bezwaar en hoger beroep konden niet in aanmerking worden genomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van noodzakelijke gegevens binnen de hersteltermijn.