ECLI:NL:CRVB:2013:2329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant had een WGA-uitkering ontvangen op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het UWV beëindigde deze uitkering per 9 augustus 2008 omdat appellant volgens verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank ’s-Hertogenbosch bevestigde het besluit en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist was, waarbij ook rekening was gehouden met knieklachten zoals vermeld in een brief van een orthopedisch chirurg.
In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat hij door zijn lichamelijke klachten, met name aan zijn knie, niet in staat was om productieve arbeid te verrichten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze gronden een herhaling waren van eerdere bezwaren die reeds door de rechtbank waren beoordeeld. Er was geen nieuwe medische informatie die aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De Raad maakte de overwegingen van de rechtbank tot de zijne en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.