ECLI:NL:CRVB:2013:2340
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken directe betrokkenheid
Appellante, geboren in 1941, diende in september 2011 een aanvraag in bij de Pensioen- en Uitkeringsraad voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), inclusief een toeslag en voorzieningen. Deze aanvraag werd bij besluit van 6 juni 2012 afgewezen, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard. Appellante stelde in beroep dat zij tijdens haar verblijf in een kindertehuis nabij beschietingen heeft gehoord en wees op haar vermoedelijke joodse afkomst.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de Wubo vereist dat de aanvrager direct betrokken is geweest bij oorlogsgeweld, bijvoorbeeld door lichamelijk of psychisch letsel of door directe confrontatie met verwondingen of overlijden van naasten. Het enkele horen van beschietingen op afstand voldoet hier niet aan. Ook een vermoedelijke joodse afkomst is op zichzelf onvoldoende voor erkenning. Een medisch onderzoek is niet aan de orde omdat geen oorlogsgebeurtenissen zijn vastgesteld.
Gelet op deze overwegingen verklaart de Raad het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door R. Kooper, in aanwezigheid van griffier S.K. Dekker, op 7 november 2013.
Uitkomst: Het beroep op erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.