ECLI:NL:CRVB:2015:3691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wubo-aanvraag wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1938 in Nederlands-Indië, diende een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De aanvraag werd afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat zij persoonlijk en direct betrokken was bij oorlogsgeweld.
De Raad beoordeelde verschillende gebeurtenissen, zoals het getuige zijn van mishandelingen van haar grootvader en een buurjongen, huiszoekingen tijdens de Bersiap-periode, bedreigingen van buren en het zien van lijken. Geen van deze omstandigheden voldeed aan de strenge maatstaf van excessief geweld zoals vereist voor een Wubo-erkentenis.
Ook het meemaken van beschietingen in Semarang werd niet als directe betrokkenheid aangemerkt, omdat appellante niet gewond raakte noch direct geconfronteerd werd met letsel of overlijden van naasten.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. De Wubo kent een beperkte strekking en vereist specifieke oorlogservaringen die hier niet zijn aangetoond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van persoonlijke en directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.