ECLI:NL:CRVB:2013:2343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- H.L.C. Hermans
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanspraak op 26 weken betaald ouderschapsverlof voor rechterlijk ambtenaar
Appellante, een rechterlijk ambtenaar in opleiding, had een aanvraag ingediend voor 690 uur betaald ouderschapsverlof, waarmee zij in totaal 26 weken betaald verlof wilde opnemen. Verweerder kende echter slechts 222 uur betaald verlof toe, de resterende uren werden onbetaald toegekend. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij op grond van gewijzigde wettelijke bepalingen recht had op 26 weken betaald ouderschapsverlof.
De Centrale Raad van Beroep onderzocht de samenhang tussen de Wet arbeid en zorg (Wazo), het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Brra) en het overgangsrecht uit het Belastingplan 2009. De Raad concludeerde dat hoewel de letterlijke tekst van de bepalingen een recht op 26 weken betaald verlof zou kunnen suggereren, dit niet strookt met de bedoeling van de wetgever. Het overgangsrecht beoogt juist dat sociale partners overleg voeren over de arbeidsvoorwaardelijke invulling van het verlengde verlof.
De Raad oordeelde dat het nieuwe artikel 33n van het Brra geen inhoudelijke wijziging van de aanspraken beoogt en dat het cao-overleg hierover nog niet is afgerond. Er is geen sprake van onjuiste informatie of schending van rechtszekerheid jegens appellante. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om slechts 13 weken betaald ouderschapsverlof toe te kennen wordt ongegrond verklaard.