ECLI:NL:RBMNE:2024:1540
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens off-label voorschrijven geneesmiddelen niet in stand wegens lex certa
Een arts kreeg een bestuurlijke boete van €3.000 opgelegd omdat hij ivermectine en hydroxychloroquine voorschreef voor COVID-19, middelen die niet geregistreerd zijn voor deze indicatie volgens het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). De minister stelde dat er geen protocollen of standaarden waren die dit off-label voorschrijven toestonden, en dat bestaande protocollen het gebruik juist afraden.
De rechtbank oordeelt dat artikel 68 van Pro de Geneesmiddelenwet (Gnw), waarop de boete is gebaseerd, onvoldoende duidelijkheid biedt over wanneer off-label voorschrijven is toegestaan. De tekst en wetsgeschiedenis laten onduidelijk of een arts elk protocol of standaard moet volgen, ook als deze het off-label gebruik afraden. Dit leidt tot strijd met het lex certa-beginsel, dat vereist dat verboden gedragingen duidelijk omschreven zijn.
De rechtbank benadrukt de professionele verantwoordelijkheid en prescriptievrijheid van artsen en concludeert dat de minister de boete niet had mogen opleggen. De boete wordt vernietigd, het besluit herroepen en de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 68 van de Geneesmiddelenwet wordt vernietigd wegens strijd met het lex certa-beginsel.