Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen het besluit van 27 september 2013 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1978 in dienst bij de gemeente Hengelo en werd geconfronteerd met reorganisatieontslag vanwege opheffing van zijn functie. Na diverse tijdelijke functies en detacheringen werd hem herplaatsingskandidaatstatus toegekend, met een herplaatsingstermijn die meerdere malen werd verlengd. Tijdens een outplacementtraject werd appellant ziek, waarna hij tijdelijk werkzaamheden verrichtte bij een andere afdeling.
Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo besloot appellant reorganisatieontslag te verlenen met inachtneming van een re-integratietermijn van vijftien maanden. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de herplaatsingstermijn verlengd had moeten worden vanwege ziekte en de lange duur van de procedure. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was het ontslag aan te zeggen omdat de functie was opgeheven en geen passende functie beschikbaar was. De Raad vond dat het college voldoende inspanningen had verricht om passend werk te vinden en dat er geen grond was voor verlenging van de herplaatsingstermijn. Ook het beëindigen van tijdelijke werkzaamheden werd als redelijk beoordeeld. Een aanvullende vergoeding werd afgewezen omdat de wettelijke regelingen voorzagen in een aanvullende en na-wettelijke uitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit tot effectuering van het ontslag ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard en het ontslag wordt bevestigd.