ECLI:NL:CRVB:2013:2370
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens ontbreken procesbelang bij vergoeding huishoudelijke hulp
Appellante, erkend vervolgingsslachtoffer met blijvende lichamelijke beperkingen door poliomyelitis, vorderde vergoeding voor huishoudelijke en verzorgingshulp over diverse perioden. Verweerder kende reeds een vergoeding toe voor maximaal zestien uur huishoudelijke hulp per week en vier uur verzorgingshulp per week.
Na diverse besluiten en bezwaarprocedures weigerde verweerder aanvankelijk uitbetaling van gedeclareerde kosten over een periode, maar verklaarde bezwaar deels gegrond en kende een vergoeding toe voor gemaakte kosten in bezwaar. Bij een nieuw besluit verhoogde verweerder deze vergoeding.
Verweerder gaf later aan het standpunt over niet-uitbetaling van resterende vergoeding huishoudelijke hulp niet langer te handhaven en wees op een besluit waarbij vergoeding voor maximaal zestien uur per week betaalbaar was gesteld. Appellante trok haar beroep niet in, maar de Raad oordeelde dat door de reeds toegekende vergoeding voor de resterende uren het procesbelang ontbrak.
De Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, aangezien appellante geen financieel gunstiger resultaat meer kon bereiken. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.