Uitspraak
.Partijen hebben toestemming gegeven een nader onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker diende op 30 mei 2013 een bijstandsaanvraag in als alleenstaande, maar het college wees deze af omdat hij een gezamenlijke huishouding zou voeren met betrokkene en hun gezamenlijk inkomen hoger was dan de bijstandsnorm. De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna verzoeker hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat verzoeker en betrokkene gedurende de beoordelingsperiode beiden hun hoofdverblijf hadden op hetzelfde adres en dat er sprake was van wederzijdse verzorging. Dit bleek uit gezamenlijke maaltijden, gedeelde huishoudelijke taken, gezamenlijke boodschappen en het gebruik van gezamenlijke ruimten. De Raad verwierp het verweer van verzoeker dat hij geen gezamenlijke huishouding voerde en dat hij slechts huurder en kostganger was.
De Raad concludeerde dat de feiten en omstandigheden duiden op een ongebruikelijke verbondenheid die de grenzen van een zakelijke relatie overschrijdt. Daarom was sprake van een gezamenlijke huishouding en was het gezamenlijke inkomen relevant voor de bijstandsvaststelling. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding en gezamenlijk inkomen boven de norm bevestigd.