ECLI:NL:CRVB:2013:2415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatmanarbeid plaatwerker
Appellant is sinds 17 september 1986 arbeidsongeschikt vanwege rugklachten en ontving een WAO-uitkering berekend op 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering per 5 juli 2010 in, omdat appellant geschikt werd bevonden voor zijn maatmanfunctie als plaatwerker. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de arbeidsdeskundige voldoende inzicht gaf in de functiebelasting en dat de functie nog steeds bestaat.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de functieomschrijving te algemeen was en onvoldoende inzicht gaf in de aard en zwaarte van de belastingen, met name het tillen. Tevens betwistte hij de medische beoordeling die geen beperkingen vaststelde. De Raad heeft het rapport van orthopedisch chirurg De Graaf, de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en aanvullende medische informatie beoordeeld.
De Raad concludeert dat de orthopedisch chirurg geen beperkingen voor arbeid kon vaststellen en dat de FML correct is vastgesteld. De arbeidsdeskundige heeft gemotiveerd dat de maatmanfunctie van plaatwerker, nu onder een andere naam, nog steeds bestaat en dat de belasting qua tillen beperkt is tot twee à drie keer per uur 25 kilogram, wat vanuit medisch oogpunt acceptabel is.
De Raad onderschrijft daarmee het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat het UWV de WAO-uitkering terecht heeft ingetrokken. Het hoger beroep wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 5 juli 2010 wegens geschiktheid voor de maatmanfunctie plaatwerker.