ECLI:NL:CRVB:2013:2420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, werkzaam als uitzendkracht in de functie van decodeerster, meldde zich op 28 april 2009 ziek vanwege klachten van een carpaletunnelsyndroom en ontving een uitkering op grond van de Ziektewet. Het UWV beëindigde het recht op ziekengeld per 19 oktober 2010 na medische beoordeling, wat door appellante werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en hechtte doorslaggevende waarde aan het deskundigenrapport van psychiater/neuroloog C.J.F. Kemperman. Dit rapport concludeerde dat er geen neurologisch objectieve beperkingen zijn die het verrichten van arbeid verhinderen. De Raad volgde deze conclusie in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat andere specialisten wel beperkingen hadden vastgesteld, waaronder een (licht) carpaletunnelsyndroom en andere aandoeningen, maar de Raad stelde vast dat deze informatie geen wezenlijk nieuwe gezichtspunten bood en bovendien betrekking had op een periode na de datum van beëindiging van het recht op ziekengeld.
De Raad oordeelde dat het UWV op goede gronden het recht op ziekengeld heeft beëindigd en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt per 19 oktober 2010 beëindigd.