ECLI:NL:CRVB:2013:2424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, werkzaam als beheerder van een dorpshuis, meldde zich ziek wegens nek-, heup- en rugklachten en ontving een uitkering op grond van de Ziektewet. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts concludeerde het UWV dat appellant vanaf 29 augustus 2011 weer geschikt was voor zijn werk en beëindigde het recht op ziekengeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de werkbelasting hoger was dan door de verzekeringsarts was aangenomen, mede door het ontbreken van oproepkrachten in het dorpshuis. Hij overlegde een rapport van een manueel therapeut ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat het UWV terecht uitging van de functieomschrijving van een beheerder dorpshuis, waarbij rekening werd gehouden met inzet van vrijwilligers en oproepkrachten.
De medische beoordeling was zorgvuldig en gebaseerd op meerdere onderzoeken en medische informatie. Er waren geen nieuwe bevindingen die het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts ondermijnden. De Raad concludeerde dat het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld op goede gronden was genomen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.