ECLI:NL:CRVB:2013:2425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing loongerelateerde WGA-uitkering na motorongeval
Appellant was sinds 1983 arbeidsongeschikt door een ernstig motorongeval en diende in 2009 een aanvraag in voor een WIA-uitkering. Het UWV stelde aanvankelijk dat appellant niet meer verzekerd was, maar wijzigde dit na medisch onderzoek en stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 5 september 2004. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de beperkingen van appellant sinds die datum stationair zijn gebleven en dat hij niet volledig arbeidsongeschikt was per einde wachttijd in 2006.
Appellant voerde aan dat de beperkingen wel waren toegenomen en dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met psychische klachten, vibratiebelasting en medicatiegebruik. Ook stelde hij dat de rechtbank ten onrechte stukken buiten beschouwing had gelaten en dat een onafhankelijk medisch onderzoek nodig was.
De Raad overwoog dat de rechtbank terecht de late stukken niet had meegewogen, maar zelf wel acht had geslagen op deze stukken. De bezwaarverzekeringsarts had de medische situatie uitvoerig beoordeeld en voldoende onderbouwd dat er geen toename van beperkingen was. De Raad vond geen aanleiding voor een onafhankelijk medisch onderzoek.
Het hoger beroep faalde en de Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.