ECLI:NL:CRVB:2013:2429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel ondanks psychische klachten
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek wegens psychische klachten. Haar dienstverband eindigde tijdens ziekte en het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek beëindigde het UWV de uitkering omdat appellante niet langer ongeschikt werd geacht voor haar werk.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, onderbouwd met een rapport van een bezwaarverzekeringsarts die appellante onderzocht en dossierstudie verrichtte. De arts concludeerde dat het werk van schoonmaakster eenvoudig van aard is en appellante geschikt was om dit te verrichten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij medische beperkingen ondervindt, met diagnoses van ernstige depressie en PTSS, en dat haar medicatie was aangepast. De Raad stelde vast dat appellante geen nieuwe medische gegevens had ingebracht en dat de rechtbank de beroepsgronden voldoende had gemotiveerd. Ook bleek uit de stukken geen bewijs van medicatiewijziging.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante niet meer ongeschikt is voor haar werk.