Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering wegens diverse medische klachten, waaronder posttraumatische dystrofie en hernia. Na een ziekmelding in 2009 verzocht zij om herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Een verzekeringsarts stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundige berekende het verlies aan verdienvermogen op 33,29%. Het UWV besloot de uitkering ongewijzigd voort te zetten.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat haar beperkingen ernstig waren onderschat, onderbouwd met een rapport van een andere verzekeringsarts. De bezwaarverzekeringsarts voerde dossieronderzoek uit en concludeerde dat de beperkingen adequaat waren meegenomen en dat er geen reden was voor een urenbeperking bij passende lichte arbeid.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de aanvullende medische informatie geen nieuwe feiten bevat die het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts ondermijnen. Ook de arbeidsdeskundige en bezwaararbeidsdeskundige hebben gemotiveerd waarom de belastbaarheid niet wordt overschreden in de voorgestelde functies.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.