ECLI:NL:CRVB:2013:2433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WW-uitkering en boete wegens onterechte terugvordering
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarbij zijn WW-uitkering werd herzien en een boete werd opgelegd wegens vermeende onverschuldigde betaling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens hoger beroep beoordeelde het UWV alsnog de zaak aan de hand van de Handleiding herbeoordeling ZZP-dossiers en verklaarde het bezwaar gegrond, herroepende de besluiten.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarop de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het UWV. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant. De Raad oordeelde dat het UWV ten onrechte tot herziening en terugvordering was overgegaan en ook de boete onterecht was opgelegd.
Deze uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van beleidsregels bij herbeoordeling van WW-uitkeringen en benadrukt dat onjuiste besluiten kunnen worden vernietigd met vergoeding van gemaakte kosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.