ECLI:NL:CRVB:2013:2438
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als haringschoonmaakster, viel in juli 2009 uit wegens rug-, been- en later psychische klachten. Het UWV weigerde haar WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar belastbaarheid werd onderschat en dat zij de geduide functies niet kon verrichten. Zij overlegde medische verklaringen van een GZ-psycholoog, huisarts en MDL-arts ter ondersteuning. De Raad oordeelde dat deze verklaringen geen aanleiding geven om het oordeel over de beperkingen te herzien.
De GZ-psycholoog stelde dat appellante verstandelijke beperkingen heeft maar redelijk kan functioneren bij eenduidige en routinematige taken. Dit leidt niet tot een andere beoordeling van de functionele mogelijkhedenlijst (FML). Ook de medische informatie van huisarts en MDL-arts ondersteunt geen hogere mate van beperkingen.
De Raad bevestigt dat de functies medisch geschikt zijn voor appellante en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.