ECLI:NL:CRVB:2013:2455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, voormalig buitendienstmonteur, viel uit wegens schouderklachten en ontwikkelde daarnaast nek-, hoofd- en psychische klachten. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe, die in 2010 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan, waarbij de medische rapportages en arbeidskundige beoordelingen de beperkingen van appellant adequaat in kaart brachten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overhandigde aanvullende psychologische verklaringen. De Raad concludeerde echter dat deze verklaringen niet zien op de datum van de herziening en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, inclusief de reactie van de bezwaarverzekeringsarts op de nieuwe stukken, voldoende gemotiveerd en inzichtelijk was. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.