Uitspraak
17 januari 2012, 11/853 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV dat zij per 28 februari 2011 geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wet WIA. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verzekeringsgeneeskundige beoordeling zorgvuldig en volledig was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en verzocht om een onafhankelijk onderzoek en schadevergoeding.
De Raad heeft de medische gegevens en het verzekeringsgeneeskundig onderzoek opnieuw beoordeeld, inclusief een nadere toelichting door de bezwaarverzekeringsarts op het rapport van de behandelend psychiater. Geconstateerd werd dat de psychische klachten niet zodanig beperkend waren als appellante stelde, mede vanwege het ontbreken van meldingen bij de huisarts in de relevante periode en een psychologisch rapport dat betrof dat de psychische belemmeringen grotendeels waren opgelost.
De Raad oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en toereikend was en dat er geen reden is om het besluit te wijzigen of een deskundige te benoemen. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.