ECLI:NL:CRVB:2013:2491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college in proceskosten behandeling bezwaar langdurigheidstoeslag WWB
Appellante had een langdurigheidstoeslag op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) toegekend gekregen over 2006-2009, maar haar aanvraag over 2004 en 2005 was afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en herstelde het recht op toeslag over 2005, waarbij het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante in beroep.
Appellante stelde hoger beroep in tegen het nalaten van de rechtbank om het college te veroordelen in de kosten van de behandeling van het bezwaar. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het college niet in deze kosten had veroordeeld, aangezien het besluit was herroepen wegens aan het college te wijten onrechtmatigheid.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden vonnis voor zover het naliet het college te veroordelen in de kosten van bezwaar en veroordeelde het college alsnog in de kosten van appellante, begroot op € 944,- voor bezwaar en € 472,- voor hoger beroep, plus vergoeding van het betaalde griffierecht van € 115,-.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld in de kosten van appellante voor bezwaar en hoger beroep en moet het betaalde griffierecht vergoeden.