ECLI:NL:CRVB:2013:2491

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 november 2013
Publicatiedatum
19 november 2013
Zaaknummer
12-5289 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:15 AwbWet werk en bijstand
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling college in proceskosten behandeling bezwaar langdurigheidstoeslag WWB

Appellante had een langdurigheidstoeslag op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) toegekend gekregen over 2006-2009, maar haar aanvraag over 2004 en 2005 was afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en herstelde het recht op toeslag over 2005, waarbij het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante in beroep.

Appellante stelde hoger beroep in tegen het nalaten van de rechtbank om het college te veroordelen in de kosten van de behandeling van het bezwaar. De Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het college niet in deze kosten had veroordeeld, aangezien het besluit was herroepen wegens aan het college te wijten onrechtmatigheid.

De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden vonnis voor zover het naliet het college te veroordelen in de kosten van bezwaar en veroordeelde het college alsnog in de kosten van appellante, begroot op € 944,- voor bezwaar en € 472,- voor hoger beroep, plus vergoeding van het betaalde griffierecht van € 115,-.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld in de kosten van appellante voor bezwaar en hoger beroep en moet het betaalde griffierecht vergoeden.

Uitspraak

12/5289 WWB
Datum uitspraak: 12 november 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 15 augustus 2012, 11/3856 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.H.F. de Jong, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Appellante heeft een nadere stukken ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 1 oktober 2013. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Bij besluit van 25 juli 2011 heeft het college aan appellante over de jaren 2006, 2007, 2008 en 2009 een langdurigheidstoeslag op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) toegekend en haar aanvraag om een uitkering over de jaren 2004 en 2005 afgewezen.
1.2.
Bij besluit van 11 oktober 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 25 juli 2011 gehandhaafd.
2.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover van belang, het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover dat betrekking heeft op de langdurigheidstoeslag over 2005 en, met herroeping in zoverre van het besluit van 25 juli 2011, bepaald dat appellante over 2005 recht heeft op langdurigheidstoeslag ten bedrage van € 418,-. De rechtbank heeft het college tevens veroordeeld in de proceskosten van appellante in beroep.
3.
Het hoger beroep van appellante is gericht tegen de aangevallen uitspraak vervatte weigering te bepalen dat de kosten van behandeling van het bezwaar dienen te worden vergoed.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuur te wijten onrechtmatigheid.
4.2.
De rechtbank heeft het besluit van 25 juli 2011 herroepen wegens aan het college te wijten onrechtmatigheid. De herroeping is immers gestoeld op het oordeel dat het college ter zitting bij de rechtbank heeft erkend dat bij de beoordeling van het recht op langdurigheidtoeslag over 2005 is uitgegaan van een onjuiste referteperiode.
4.3.
Gelet hierop heeft de rechtbank ten onrechte nagelaten het college te veroordelen in de kosten van appellante in bezwaar. In zoverre komt de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het college alsnog veroordelen in de kosten van appellante in bezwaar. Deze kosten worden begroot op € 944,- wegens verleende rechtsbijstand.
5. Voorts bestaat aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze worden begroot op € 472,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover de rechtbank heeft nagelaten het college te
veroordelen in de kosten van appellante in bezwaar;
- veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.416,-;
- bepaalt dat het college aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 115,-
vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik als voorzitter, in tegenwoordigheid van
P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 november 2013.
(getekend) Y.J. Klik
(getekend) P.J.M. Crombach

HD